Skip to main content

Hiswa voorwaarden en Haven reglement

Juni 2018 HAVEN- EN WERFREGLEMENT

Artikel 1 – Reikwijdte reglement Dit Haven- en Werfreglement geldt voor de gehele jachthaven en/of jachtwerf bestaande uit de haven, de werf, de bijbehorende (parkeer- en stallings)terreinen en de zich aldaar bevindende gebouwen. Onder stalling wordt in dit reglement verstaan: de periode waarin het vaartuig op de wal staat of is afgemeerd met het oogmerk deze gedurende langere tijd buiten gebruik te houden. Onder havenmeester/werfbaas wordt verstaan degene die belast is met het dagelijks toezicht op de jachthaven c.q. de jachtwerf.

Artikel 2 – Toegang jachthaven De toegang tot de jachthaven/jachtwerf is verboden voor onbevoegden. Bezoekers dienen zich te melden bij de havenmeester/werfbaas. Een ieder die zich op de jachthaven/jachtwerf bevindt, dient de aanwijzingen van de havenmeester/werfbaas of zijn/haar personeel op te volgen en dient kennis te nemen van de geldende veiligheids- en calamiteitenvoorschriften ter plaatse.

Artikel 3 – Gedragsregels Een ieder die zich op de jachthaven/jachtwerf bevindt, is gehouden orde, rust en zindelijkheid te betrachten, de veiligheid in acht te nemen en te voorkomen dat men door zijn gedrag aanstoot geeft. Op de jachthaven/jachtwerf is het niet toegestaan: 1. hinderlijk lawaai te maken; 2. afvalstoffen afkomstig uit het boordtoilet te lozen in het water; 3. de jachthaven te verontreinigen met olie, bilgewater, vet, huishoudelijk afval, uitwerpselen van dieren of met andere milieuverontreinigende stoffen; 4. (huis)dieren los te laten lopen; 5. vaartuigen en auto’s schoon te maken met drinkwater en/of nietbiologisch afbreekbare schoonmaakmiddelen; 6. motoren te laten draaien anders dan om het vaartuig te verplaatsen; 7. elders ligplaatsen in te nemen dan is overeengekomen dan wel is aangewezen; 8. met gehesen zeilen, met onveilige of voor anderen hinderlijke snelheid te varen; 9. het vaartuig niet behoorlijk af te meren, te verwaarlozen of in onverzorgde staat te laten; 10. open vuur (waaronder begrepen barbecueën) te gebruiken; 11. eigendommen buiten het vaartuig onbeheerd achter te laten; 12. te zwemmen of te duiken; 13. in het vaartuig te overnachten dan wel het vaartuig als woon- en/of verblijfplaats te kiezen; 14. beschikbaar gestelde internetverbinding te misbruiken door grote, illegale of onzedelijke bestanden te up- of downloaden. Voor genoemde handelingen onder 1, 6, 7, 10, 11, 12 en 13 kan de havenmeester/werfbaas tijdelijk vrijstelling verlenen. Voor lid 9 geldt dat de havenmeester/werfbaas maatregelen kan nemen op kosten van de consument. Bij voortdurende overtreding kan de havenmeester/werfbaas de overeenkomst opzeggen binnen een redelijke termijn. Overtreding van dit artikel, geeft de havenmeester/werfbaas het recht de overtreder de toegang tot de jachthaven/jachtwerf te ontzeggen.

Artikel 4 – Afval Een ieder die zich op de jachthaven/jachtwerf bevindt, is gehouden afvalstoffen gescheiden te deponeren in de daarvoor geëigende depots of inzamelpunten. Bijzondere afvalstoffen/stortmateriaal worden niet door de jachthaven/jachtwerf ingenomen. Ter verwijdering van de stoffen genoemd in artikel 3, onder 3 dient men de aanwijzingen te volgen van de havenmeester/werfbaas. Ingeval van overtreding is de havenmeester/werfbaas gerechtigd om op kosten van de veroorzaker de verontreinigingsstoffen te (doen) verwijderen.

Artikel 5 – Aansprakelijkheid en verzekeringen De havenmeester/werfbaas is niet aansprakelijk voor schade van welke aard of door welke oorzaak ook, aan personen of goederen toegebracht, of voor verlies of diefstal van enig goed, tenzij een en ander het gevolg is van schuld van de havenmeester/werfbaas. De havenmeester/werfbaas is niet aansprakelijk voor schade door gebruik van (hand)gereedschap, klimen steigermateriaal of hijsmateriaal van de consument of van derden. De verhuurder zorgt niet voor een verzekering van de vaartuigen die ligplaats houden of in stalling zijn. De huurder van de lig- of bergplaats draagt zelf zorg voor een afdoende verzekering (all risk of WA-casco) van zijn eigen vaartuig.

Artikel 6 – Gebruik lig- of bergplaats door derden Indien de huurder van een lig- of bergplaats zijn vaartuig, toebehoren en/of lig- en bergplaats in gebruik wil geven aan derden, dient hij vooraf toestemming te krijgen van de havenmeester/werfbaas.

Artikel 7 – Voorkomen van schadelijk gedrag Een ieder die zich op de jachthaven/jachtwerf bevindt, is gehouden de veiligheid voor mens, dier en milieu te betrachten en te voorkomen dat schade wordt toegebracht of gevaar ontstaat door onachtzaamheid of het niet naleven van (haven-/werf)regels.

Artikel 8 – Verboden tijdens stalling Tijdens de stalling is het niet toegestaan om: 1. gasflessen en losse brandstoftanks aan boord achter te laten; 2. de (scheeps)verwarming te gebruiken zonder direct toezicht; 3. accu’s (in het vaartuig) op te laden zonder direct toezicht; 4. het vaartuig aangesloten te laten op walstroom zonder direct toezicht.

Artikel 9 – (Verbod) werkzaamheden tijdens stalling Tijdens de stalling is het niet toegestaan om: 1. werkzaamheden aan, in of op het vaartuig te (laten) verrichten; 2. steunen of stophout weg te nemen of te verplaatsen; 3. vluchtwegen, steigers en uitgangen te blokkeren; 4. te roken in de loodsen. Alleen voor bepaalde werkzaamheden onder 1 kan de havenmeester/werfbaas tijdelijk vrijstelling verlenen. Echter, brandgevaarlijke werkzaamheden zoals lassen, slijpen, branden en werken met open vuur in het algemeen, zijn te allen tijde verboden. Overtreding van dit artikel, geeft de havenmeester/werfbaas het recht de overtreder direct en voor onbepaalde tijd de toegang tot de jachthaven/jachtwerf te ontzeggen.

Artikel 10 – Verbod commerciële activiteiten Het is niet toegestaan, zonder uitdrukkelijke toestemming van de havenmeester/werfbaas, het afgemeerde of gestalde vaartuig of de lig- of bergplaats tot voorwerp van commerciële activiteit te maken. Onder dit laatste wordt mede verstaan de verkoop van het vaartuig en/of toebehoren, alsmede het aanbrengen van daartoe strekkende borden, mededelingen en aanduidingen.

Artikel 11 – Afsluiten stroomvoorziening
De havenmeester/werfbaas is gerechtigd de stroomvoorziening van de loodsen en/of werkplaatsen af te sluiten. Hij is tevens gerechtigd de toegang tot bepaalde locaties te beperken.

Op alle overeenkomsten van levering van diensten en aanneming van werk zijn de HISWA Algemene Aannemings-, Verkoop- en Leveringsvoorwaarden van toepassing en op overeenkomsten van huur en verhuur de HISWA Algemene Voorwaarden Huur- en Verhuur Lig- en Bergplaatsen. De Algemene Voorwaarden zullen u op eerste verzoek worden overhandigd, maar zijn ook te bekijken op www.hiswa.nl. De ondernemer verwijst voor de bescherming van persoonsgegevens naar de Privacy-verklaring.

HISWA ALGEMENE VOORWAARDEN HUUR EN VERHUUR LIG- EN/OF BERPLAATSEN voor vaartuigen en aanverwante artikelen Dit zijn de Algemene Voorwaarden Huur en Verhuur van Lig- en/of Bergplaatsen van HISWA Vereniging (Nederlandse Vereniging van Ondernemers in de Bedrijfstak Watersportindustrie). Deze voorwaarden zijn tot stand gekomen in overleg met de Consumentenbond en de ANWB in het kader van de Coördinatiegroep Zelfregulerisoverleg van de Sociaal-Economische Raad. De voorwaarden gelden uitsluitend voor leden van HISWA Vereniging. Bij misbruik zal HISWA Vereniging daartegen optreden. De voorwaarden zijn gedeponeerd bij de griffie van de rechtbank Amsterdam op 21 juni 2018 onder nummer 67/2018.

ARTIKEL 2 – TOEPASSELIJKHEID VAN DE OVEREENKOMST EN DE VOORWAARDEN 1. Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op elk aanbod en iedere overeenkomst die de ondernemer en de consument sluiten voor de huur/verhuur van lig- en/of bergplaatsen voor juni 2018 vaartuigen en aanverwante artikelen. 2. De huurovereenkomst is niet alleen van toepassing op de lig-/bergplaats voor het vaartuig, maar ook op de ruimte die nodig is om maximaal één bijboot of zeilplank te stallen die bij het vaartuig hoort. Dit geldt niet als de ingenomen ruimte daardoor groter is dan de ruimte die de ondernemer aan de consument heeft verhuurd. 3. Als de huurovereenkomst slechts voor één of enkele dagen wordt gesloten en de huurprijs per dag in rekening wordt gebracht, moet de consument de huurprijs per direct betalen. De artikelen 5, 6 lid 1, 7 en 8 van deze voorwaarden zijn in dat geval niet van toepassing.

ARTIKEL 3 – AANBOD/OFFERTE 1. De ondernemer brengt zijn aanbod of offerte mondeling, schriftelijk of elektronisch uit. 2. Een mondeling aanbod vervalt als het niet onmiddellijk wordt geaccepteerd, behalve als de ondernemer direct een termijn heeft gegeven om het aanbod te accepteren. 3. Op een schriftelijk of elektronisch aanbod moet een dagtekening staan. Wordt er in het aanbod een geldigheidstermijn genoemd, dan mag de ondernemer zijn aanbod binnen die termijn niet veranderen of intrekken. Wordt er geen termijn genoemd, dan mag de ondernemer zijn aanbod niet veranderen of intrekken tot en met 14 dagen na de dagtekening. 4. Het aanbod bevat een volledige en nauwkeurige omschrijving van de te huren lig- of bergplaats en vermeldt in ieder geval de huursom en de huurperiode, inclusief de mogelijkheden voor verlenging en beëindiging. 5. Bij elk aanbod geeft de ondernemer een exemplaar van deze algemene voorwaarden aan de consument.

ARTIKEL 4 – OVEREENKOMST 1. Er is sprake van een overeenkomst zodra de consument het aanbod van de ondernemer accepteert. Accepteert hij dit aanbod elektronisch, dan stuurt de ondernemer elektronisch een bevestiging naar de consument. 2. Elke overeenkomst wordt bij voorkeur schriftelijk of elektronisch vastgelegd. 3. Bij een schriftelijke overeenkomst moet de ondernemer altijd een afschrift aan de consument geven. ARTIKEL 5 – HUURSOM 1. Bij het sluiten van de overeenkomst kan de ondernemer met de consument een vooruitbetaling afspreken van: – maximaal 50% van de huursom bij een boeking binnen 3 maanden vóór aanvang van de huurperiode; – maximaal 25% van de huursom bij een boeking langer dan 3 maanden vóór aanvang van de huurperiode. 2. Als de consument tijdelijk geen gebruikmaakt van de gehuurde lig- of bergplaats, blijft hij toch de totale huursom verschuldigd. 3. Als een vaartuig na de periode van de winterberging niet te water hoeft te worden gelaten, moet de consument een nader te bepalen, aangepaste huursom betalen voor de ingenomen ruimte. Deze huursom staat los van de vergoeding die de consument moet betalen voor de noodzakelijke verplaatsingskosten.

ARTIKEL 6 – BETALINGSVOORWAARDEN 1. De consument moet de huursom betalen binnen 14 dagen na ontvangst van de factuur, maar in ieder geval op de aanvangsdatum van de overeengekomen huurperiode. Hij kan de huursom betalen op het kantoor van de ondernemer of door het geld over te maken naar een bankrekening die door de ondernemer wordt bepaald. 2. Als de consument niet op tijd betaalt, is hij in verzuim zonder dat de ondernemer hem in gebreke hoeft te stellen. Toch stuurt de ondernemer na het verstrijken van de betalingsdatum nog één kosteloze betalingsherinnering naar de consument. Daarin wijst hij de consument op zijn verzuim en geeft hij hem alsnog de gelegenheid om de rekening binnen 14 dagen te betalen. In de betalingsherinnering maakt de ondernemer ook melding van de buitengerechtelijke incassokosten die de consument bij niet tijdige betaling verschuldigd is. 3. Is de 14-dagentermijn die in lid 2 genoemd is, verlopen en heeft de consument nog niet betaald, dan is de ondernemer bevoegd om betaling van het verschuldigde bedrag te eisen, zonder dat hij de consument verder in gebreke hoeft te stellen. De buitengerechtelijke incassokosten die daaraan juni 2018 verbonden zijn, mag hij naar redelijkheid in rekening brengen bij de consument. Hiervoor gelden maximumbedragen die staan in het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Onder voorbehoud van wettelijke wijzigingen zijn deze maximumbedragen vastgesteld op: – 15% over de eerste € 2.500,-, met een minimum van € 40,-; – 10% over de volgende € 2.500,-; – 5% over de volgende € 5.000,-; – 1% over de volgende € 190.000,-; – 0,5% over het meerdere, met een maximum van € 6.775,-.

ARTIKEL 7 – ANNULERING EERSTE HUUROVEREENKOMST De consument kan vóórdat de eerste huurperiode begint, de huurovereenkomst annuleren. Hij moet dit dan zo spoedig mogelijk schriftelijk of elektronisch aan de ondernemer laten weten. De consument is in dat geval de volgende kosten verschuldigd: – 25% van de overeengekomen huursom bij annulering tot 3 maanden vóór aanvang van de huurperiode; – 50% van de overeengekomen huursom bij annulering binnen 3 maanden tot 2 weken vóór aanvang van de huurperiode; – de volledige overeengekomen huursom bij annulering binnen 2 weken vóór aanvang van de huurperiode.

ARTIKEL 8 – OPZEGGING, DUUR EN VERLENGING VAN DE HUUR 1. De partijen gaan de huurovereenkomst aan voor een periode van 1 jaar. Dit jaar duurt van 1 april tot 1 april van het daarop volgende jaar, tenzij de partijen iets anders overeenkomen. 2. Een huurovereenkomst voor één jaar of voor een zomer- of winterseizoen wordt aan het einde van die periode stilzwijgend voor dezelfde periode verlengd. Daarbij blijven dezelfde voorwaarden gelden, tenzij de ondernemer lid 3 toepast. Deze verlenging gaat niet door als een van de partijen de overeenkomst uiterlijk 3 maanden vóór het begin van de nieuwe huurperiode schriftelijk of elektronisch opzegt. 3. De ondernemer kan uiterlijk 3 maanden vóór het begin van de nieuwe huurperiode de huursom wijzigen. In dat geval heeft de consument het recht om binnen 21 dagen na ontvangst van dit bericht alsnog de huurovereenkomst op te zeggen. Hij heeft dit recht niet als de ondernemer de huursom wijzigt vanwege een lastenverzwaring aan zijn kant, die het gevolg is van een wijziging van belastingen, heffingen en dergelijke zaken, die ook de consument betreffen.

ARTIKEL 9 – RETENTIERECHT EN RECHT VAN VERKOOP BIJ NIET BETALEN 1. Als de consument de huursom niet op tijd betaalt, kan de ondernemer gebruikmaken van het retentierecht. Dit houdt in dat de ondernemer het vaartuig bij zich kan houden, totdat de consument het totaal verschuldigde bedrag heeft betaald, inclusief de kosten die uit het retentierecht voortvloeien. 2. Het retentierecht van de ondernemer vervalt als: – er sprake is van een geschil zoals bedoeld in artikel 13 van deze voorwaarden; en – de consument het geschil heeft gemeld bij de Geschillencommissie die genoemd is in artikel 15 van deze voorwaarden; en – deze commissie aan de ondernemer heeft bevestigd dat de consument het verschuldigde bedrag bij de commissie in depot heeft gestort. In dat geval mag de ondernemer het vaartuig niet langer bij zich houden. 3. Betaalt de consument het verschuldigde bedrag na sommatie niet, dan heeft de ondernemer het recht om het vaartuig te verkopen en te leveren, zonder dat hij daarvoor naar de rechter hoeft te gaan. Dat kan hij alleen doen als aan alle 3 de volgende voorwaarden is voldaan: a. De waarde van het vaartuig, inclusief alle daarvoor bestemde materialen en toebehoren, mag niet meer bedragen dan € 10.000,-. b. De ondernemer moet de consument per aangetekende brief hebben aangemaand om het verschuldigde bedrag te betalen en daarna moeten minimaal 6 maanden zijn verstreken waarin de consument niet heeft betaald en/of niet schriftelijk en gemotiveerd tegen de vordering is ingegaan. c. Na het verstrijken van de genoemde termijn van 6 maanden moet de ondernemer de consument per deurwaardersexploot opnieuw hebben aangemaand om het verschuldigde bedrag binnen 21 dagen te betalen, waarna de consument opnieuw niet heeft betaald. juni 2018 4. Het recht om het vaartuig te verkopen vervalt als de consument het geschil heeft gemeld bij de Geschillencommissie en het verschuldigde bedrag bij deze commissie in depot heeft gestort. Het gaat hier om de Geschillencommissie die genoemd is in artikel 15 van deze voorwaarden. 5. Is de verkoopopbrengst van het vaartuig hoger dan het bedrag dat de consument aan de ondernemer verschuldigd was, dan moet de ondernemer dit verschil zo mogelijk aan de consument betalen. 6. Is het vaartuig verkocht en staat het nog te boek op naam van de consument, dan is de consument verplicht om mee te werken aan de beëindiging van deze teboekstelling op zijn naam.

ARTIKEL 10 -BIJZONDERE RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN DE CONSUMENT 1. De consument moet het havenreglement en de aanwijzingen in de huurovereenkomst van of namens de ondernemer nakomen. 2. De consument is verplicht om zijn vaartuig in een goede staat van onderhoud te houden. 3. Als er verschillen zijn tussen deze algemene voorwaarden en het havenreglement, gaan deze algemene voorwaarden voor. 4. Als de consument op het haventerrein werkzaamheden aan zijn vaartuig wil verrichten die niet onder het dagelijkse onderhoud vallen, heeft hij daarvoor toestemming nodig van de ondernemer. Die toestemming is ook nodig voor alle werkzaamheden van derden, behalve als het gaat om garantiewerkzaamheden van of namens de leverancier. In het laatste geval moet de ondernemer, na kennisgeving, toelaten dat deze derden ter plaatse hun werkzaamheden verrichten. 5. Het is niet toegestaan om de gehuurde lig- en/of bergplaats in onderhuur of bruikleen te geven. 6. Het is de consument verboden om het vaartuig dat in de haven is afgemeerd of de ligplaats daarvan voor commerciële activiteiten te gebruiken. Ook mag hij in de haven en/of op het vaartuig geen borden, mededelingen, aanduidingen etc. plaatsen, die gericht zijn op een commerciële activiteit. Daarnaast is het verboden om het vaartuig in de haven te koop aan te bieden. 7. De consument is verplicht om zijn vaartuig en toebehoren tegen wettelijke aansprakelijkheid te verzekeren in de periode dat hij gebruikmaakt van de lig- en/of bergplaats. De ondernemer heeft het recht om de betreffende polis van de huurder in te zien. 8. De consument wordt geadviseerd om zijn vaartuig en toebehoren ook tegen cascoschade te verzekeren.

ARTIKEL 11 -BIJZONDERE RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN DE ONDERNEMER 1. De ondernemer is verplicht om behoorlijk toezicht te houden om de goede gang van zaken op het haventerrein en op de vaartuigen te handhaven. 2. Als er gevaar dreigt voor schade of voor de veiligheid, heeft de ondernemer het recht om op kosten van de consument de noodzakelijke voorzieningen te treffen. Bij spoedgevallen mag de ondernemer dit zonder waarschuwing doen. In alle andere gevallen mag hij dit pas doen als hij de consument heeft gewaarschuwd en de consument daar niet binnen een redelijke termijn gehoor aan heeft gegeven. 3. De ondernemer mag een vrijgekomen ligplaats verhuren als de consument hierdoor op geen enkele wijze in zijn huurrechten wordt gestoord.

ARTIKEL 12 – AANSPRAKELIJKHEID EN RISICO 1. De ondernemer is tegenover de consument alleen aansprakelijk voor schade aan het vaartuig of andere gestalde zaken, als die schade het gevolg is van een tekortkoming die is toe te rekenen aan de ondernemer of aan personen die voor hem werken. Hieronder vallen zowel personen die bij de ondernemer in dienst zijn als personen die door de ondernemer zijn aangesteld voor de uitvoering van werkzaamheden. 2. Als het gaat om de wederzijdse verplichtingen, de aansprakelijkheid en het risico conformeren de partijen zich over en weer aan de wettelijke bepalingen die betrekking hebben op de huurovereenkomst. Dit geldt ongeacht de kwalificatie van de overeenkomst en voor zover in deze voorwaarden geen bepaling is opgenomen die van de wettelijke bepalingen afwijkt. 3. De consument moet zelf zorgen voor een afdoende verzekering van zijn vaartuig(en). De ondernemer verzekert de vaartuigen niet. Als de consument zijn vaartuig(en) niet afdoende verzekert tegen cascoschade, komt de schade voor zijn eigen risico. 4. De consument is tegenover de ondernemer alleen aansprakelijk voor schade die het gevolg is van een tekortkoming die is toe te rekenen aan de consument zelf, aan zijn gezinsleden of aan andere personen die de consument heeft uitgenodigd. juni 2018

ARTIKEL 13 – KLACHTEN 1. Als de consument klachten heeft over de uitvoering van de overeenkomst, dan moet hij deze per brief of elektronisch aan de ondernemer melden. Dit moet hij doen binnen bekwame (gepaste) tijd nadat hij de tekortkoming heeft geconstateerd of had kunnen constateren. Hij moet de klachten voldoende omschrijven en toelichten. 2. Als de consument klachten heeft over een factuur, moet hij die bij voorkeur per brief aan de ondernemer melden. Dit moet hij doen binnen bekwame (gepaste) tijd nadat hij de betreffende factuur heeft ontvangen. Hij moet de klachten in zijn brief voldoende omschrijven en toelichten. 3. Als de consument zijn klacht niet tijdig indient, kan dat ertoe leiden dat hij zijn rechten op dit gebied verliest. Kan het feit dat hij niet tijdig heeft geklaagd niet in redelijkheid aan de consument worden toegerekend, dan behoudt hij zijn rechten. 4. Als duidelijk is geworden dat de klacht niet in onderling overleg kan worden opgelost, is er sprake van een geschil.

ARTIKEL 14 – ONTBINDING OVEREENKOMST Als een van de partijen haar verplichtingen uit deze overeenkomst niet nakomt en er daarbij sprake is van een wezenlijke wanprestatie of toerekenbare tekortkoming, is de andere partij bevoegd om de huurovereenkomst onmiddellijk te ontbinden, zonder dat hij daarvoor naar de rechter hoeft te gaan. Dit doet niets af aan het recht van deze partij om nakoming van de verplichtingen te vorderen. Bij ontbinding van de huurovereenkomst wegens een wezenlijke wanprestatie of een toerekenbare tekortkoming, kan aanspraak worden gemaakt op een vergoeding van eventuele schade en op betaling van alle vorderingen, inclusief de vorderingen die niet direct opeisbaar zijn.

ARTIKEL 15 – GESCHILLENREGELING 1. Als de consument en de ondernemer een geschil hebben, kan elk van beiden dit geschil voorleggen aan de Geschillencommissie Waterrecreatie, Bordewijklaan 46, Postbus 90600, 2509 LP Den Haag (www.sgc.nl). Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: a. Het geschil gaat over de totstandkoming of de uitvoering van een overeenkomst tussen de ondernemer en de consument. b. De overeenkomst betreft diensten of zaken die de ondernemer aan de consument gaat leveren of heeft geleverd. c. Op de overeenkomst zijn deze algemene voorwaarden van toepassing. 2. De Geschillencommissie neemt een geschil alleen in behandeling als: a. de consument zijn klacht eerst bij de ondernemer heeft ingediend; b. de ondernemer en de consument samen niet tot een oplossing zijn gekomen; c. het geschil aan de Geschillencommissie is voorgelegd binnen 12 maanden nadat de consument zijn klacht bij de ondernemer heeft ingediend; d. het geschil aan de commissie is voorgelegd in de vorm van een brief of in een andere vorm die door de commissie is bepaald. 3. De Geschillencommissie neemt in principe alleen geschillen in behandeling die een financieel belang hebben van maximaal € 14.000,-. Heeft een geschil een financieel belang van meer dan € 14.000,-, dan kan de commissie dit alleen behandelen als beide partijen hier uitdrukkelijk mee instemmen. 4. Als een consument een geschil voorlegt aan de Geschillencommissie, is de ondernemer verplicht om dat te accepteren. Als de ondernemer een geschil wil voorleggen aan de Geschillencommissie, moet hij de consument vragen om binnen 5 weken te laten weten of hij daarmee akkoord gaat. De ondernemer moet daarbij aankondigen dat hij – als de consument niet binnen die 5 weken reageert – een procedure bij de rechtbank kan starten. 5. Bij de behandeling van het geschil en het doen van de uitspraak volgt de Geschillencommissie het reglement dat voor de commissie geldt. Desgevraagd wordt dit reglement naar de consument en/of de ondernemer toegestuurd. De uitspraken van de Geschillencommissie hebben de vorm van een bindend advies. Voor de behandeling van een geschil is een vergoeding verschuldigd. 6. Alleen de rechter en de genoemde Geschillencommissie zijn bevoegd om kennis te nemen van geschillen tussen de ondernemer en de consument.

ARTIKEL 16 – NAKOMINGSGARANTIE 1. HISWA Vereniging staat ervoor garant dat haar leden de bindende adviezen van de juni 2018 Geschillencommissie nakomen. Dit geldt niet als een lid besluit om het advies binnen 2 maanden na de verzending hiervan ter toetsing aan de rechter voor te leggen. Blijft het advies na toetsing door de rechter in stand en is het vonnis waaruit dit blijkt onherroepelijk, dan gaat de garantstelling opnieuw in. 2. Per bindend advies keert HISWA Vereniging maximaal € 10.000,- uit aan de consument. Dit geldt ook als de consument volgens het bindend advies meer dan € 10.000,- van de ondernemer tegoed heeft. In dat geval ontvangt de consument € 10.000,- van HISWA Vereniging en heeft HISWA Vereniging een inspanningsverplichting om ervoor te zorgen dat de ondernemer de rest betaalt. 3. Om aanspraak te maken op deze garantie moet de consument dit schriftelijk aanvragen bij HISWA Vereniging. Ook moet hij de vordering die hij op de ondernemer heeft, aan HISWA Vereniging overdragen. Als de vordering hoger is dan € 10.000,-, hoeft de consument in principe alleen het deel van de vordering over te dragen dat onder de € 10.000,- uitkomt. Maar als de consument dat wil, kan hij ook het deel van de vordering overdragen dat boven de € 10.000,- uitkomt. HISWA Vereniging zal dan op eigen naam en kosten de betaling daarvan van de ondernemer vorderen. Slaagt HISWA Vereniging daarin, dan zal zij het bedrag aan de consument uitkeren. 4. HISWA Vereniging geeft geen nakomingsgarantie als – voordat de consument heeft voldaan aan de formele innamevereisten voor de behandeling van het geschil door de Geschillencommissie – sprake is van een van de volgende situaties: a. Aan de ondernemer is surséance van betaling verleend. b. De ondernemer is failliet verklaard. c. De bedrijfsactiviteiten van de ondernemer zijn feitelijk beëindigd. Bepalend voor deze situatie is de datum waarop de bedrijfsbeëindiging in het Handelsregister is ingeschreven of een eerdere datum, waarvan HISWA Vereniging aannemelijk kan maken dat de bedrijfsactiviteiten feitelijk zijn beëindigd. Onder de formele innamevereisten worden de handelingen verstaan die de consument moet doen om het geschil door de Geschillencommissie te laten behandelen. Hieronder vallen het betalen van klachtengeld, het insturen van een ingevuld en ondertekend vragenformulier en een eventuele depotstorting.

ARTIKEL 17 – RECHTSKEUZE Op alle geschillen met betrekking tot deze overeenkomst is het Nederlands recht van toepassing, tenzij op grond van dwingende regels ander nationaal recht van toepassing is. ARTIKEL 18 – AFWIJKING VAN DE VOORWAARDEN Aanvullingen of afwijkingen van deze voorwaarden zijn alleen mogelijk als deze niet in het nadeel zijn van de consument en als deze schriftelijk of elektronisch zodanig zijn vastgelegd dat de consument ze eenvoudig kan opslaan.

ARTIKEL 19 – WIJZIGINGEN Als HISWA Vereniging deze algemene voorwaarden wijzigt, gebeurt dat altijd in overleg met de ANWB en de Consumentenbond. Artikel 1 – Reikwijdte reglement Dit Haven- en Werfreglement geldt voor de gehele jachthaven en/of jachtwerf bestaande uit de haven, de werf, de bijbehorende (parkeer- en stallings)terreinen en de zich aldaar bevindende gebouwen. Onder stalling wordt in dit reglement verstaan: de periode waarin het vaartuig op de wal staat of is afgemeerd met het oogmerk deze gedurende langere tijd buiten gebruik te houden. Onder havenmeester/werfbaas wordt verstaan degene die belast is met het dagelijks toezicht op de jachthaven c.q. de jachtwerf.

Haven en werfreglement

Artikel 1 – Reikwijdte reglement Dit Haven- en Werfreglement geldt voor de gehele jachthaven en/of jachtwerf bestaande uit de haven, de werf, de bijbehorende (parkeer- en stallings)terreinen en de zich aldaar bevindende gebouwen. Onder stalling wordt in dit reglement verstaan: de periode waarin het vaartuig op de wal staat of is afgemeerd met het oogmerk deze gedurende langere tijd buiten gebruik te houden. Onder havenmeester/werfbaas wordt verstaan degene die belast is met het dagelijks toezicht op de jachthaven c.q. de jachtwerf.

Artikel 2 – Toegang jachthaven De toegang tot de jachthaven/jachtwerf is verboden voor onbevoegden. Bezoekers dienen zich te melden bij de havenmeester/werfbaas. Een ieder die zich op de jachthaven/jachtwerf bevindt, dient de aanwijzingen van de havenmeester/werfbaas of zijn/haar personeel op te volgen en dient kennis te nemen van de geldende veiligheids- en calamiteitenvoorschriften ter plaatse.

Artikel 3 – Gedragsregels Een ieder die zich op de jachthaven/jachtwerf bevindt, is gehouden orde, rust en zindelijkheid te betrachten, de veiligheid in acht te nemen en te voorkomen dat men door zijn gedrag aanstoot geeft. Op de jachthaven/jachtwerf is het niet toegestaan: 1. hinderlijk lawaai te maken; 2. afvalstoffen afkomstig uit het boordtoilet te lozen in het water; 3. de jachthaven te verontreinigen met olie, bilgewater, vet, huishoudelijk afval, uitwerpselen van dieren of met andere milieuverontreinigende stoffen; 4. (huis)dieren los te laten lopen; 5. vaartuigen en auto’s schoon te maken met drinkwater en/of nietbiologisch afbreekbare schoonmaakmiddelen; 6. motoren te laten draaien anders dan om het vaartuig te verplaatsen; 7. elders ligplaatsen in te nemen dan is overeengekomen dan wel is aangewezen; 8. met gehesen zeilen, met onveilige of voor anderen hinderlijke snelheid te varen; 9. het vaartuig niet behoorlijk af te meren, te verwaarlozen of in onverzorgde staat te laten; 10. open vuur (waaronder begrepen barbecueën) te gebruiken; 11. eigendommen buiten het vaartuig onbeheerd achter te laten; 12. te zwemmen of te duiken; 13. in het vaartuig te overnachten dan wel het vaartuig als woon- en/of verblijfplaats te kiezen; 14. beschikbaar gestelde internetverbinding te misbruiken door grote, illegale of onzedelijke bestanden te up- of downloaden. Voor genoemde handelingen onder 1, 6, 7, 10, 11, 12 en 13 kan de havenmeester/werfbaas tijdelijk vrijstelling verlenen. Voor lid 9 geldt dat de havenmeester/werfbaas maatregelen kan nemen op kosten van de consument. Bij voortdurende overtreding kan de havenmeester/werfbaas de overeenkomst opzeggen binnen een redelijke termijn. Overtreding van dit artikel, geeft de havenmeester/werfbaas het recht de overtreder de toegang tot de jachthaven/jachtwerf te ontzeggen.

Artikel 4 – Afval Een ieder die zich op de jachthaven/jachtwerf bevindt, is gehouden afvalstoffen gescheiden te deponeren in de daarvoor geëigende depots of inzamelpunten. Bijzondere afvalstoffen/stortmateriaal worden niet door de jachthaven/jachtwerf ingenomen. Ter verwijdering van de stoffen genoemd in artikel 3, onder 3 dient men de aanwijzingen te volgen van de havenmeester/werfbaas. Ingeval van overtreding is de havenmeester/werfbaas gerechtigd om op kosten van de veroorzaker de verontreinigingsstoffen te (doen) verwijderen.

Artikel 5 – Aansprakelijkheid en verzekeringen De havenmeester/werfbaas is niet aansprakelijk voor schade van welke aard of door welke oorzaak ook, aan personen of goederen toegebracht, of voor verlies of diefstal van enig goed, tenzij een en ander het gevolg is van schuld van de havenmeester/werfbaas. De havenmeester/werfbaas is niet aansprakelijk voor schade door gebruik van (hand)gereedschap, klimen steigermateriaal of hijsmateriaal van de consument of van derden. De verhuurder zorgt niet voor een verzekering van de vaartuigen die ligplaats houden of in stalling zijn. De huurder van de lig- of bergplaats draagt zelf zorg voor een afdoende verzekering (all risk of WA-casco) van zijn eigen vaartuig.

Artikel 6 – Gebruik lig- of bergplaats door derden Indien de huurder van een lig- of bergplaats zijn vaartuig, toebehoren en/of lig- en bergplaats in gebruik wil geven aan derden, dient hij vooraf toestemming te krijgen van de havenmeester/werfbaas.

Artikel 7 – Voorkomen van schadelijk gedrag Een ieder die zich op de jachthaven/jachtwerf bevindt, is gehouden de veiligheid voor mens, dier en milieu te betrachten en te voorkomen dat schade wordt toegebracht of gevaar ontstaat door onachtzaamheid of het niet naleven van (haven-/werf)regels.

Artikel 8 – Verboden tijdens stalling Tijdens de stalling is het niet toegestaan om: 1. gasflessen en losse brandstoftanks aan boord achter te laten; 2. de (scheeps)verwarming te gebruiken zonder direct toezicht; 3. accu’s (in het vaartuig) op te laden zonder direct toezicht; 4. het vaartuig aangesloten te laten op walstroom zonder direct toezicht.

Artikel 9 – (Verbod) werkzaamheden tijdens stalling Tijdens de stalling is het niet toegestaan om: 1. werkzaamheden aan, in of op het vaartuig te (laten) verrichten; 2. steunen of stophout weg te nemen of te verplaatsen; 3. vluchtwegen, steigers en uitgangen te blokkeren; 4. te roken in de loodsen. Alleen voor bepaalde werkzaamheden onder 1 kan de havenmeester/werfbaas tijdelijk vrijstelling verlenen. Echter, brandgevaarlijke werkzaamheden zoals lassen, slijpen, branden en werken met open vuur in het algemeen, zijn te allen tijde verboden. Overtreding van dit artikel, geeft de havenmeester/werfbaas het recht de overtreder direct en voor onbepaalde tijd de toegang tot de jachthaven/jachtwerf te ontzeggen.

Artikel 10 – Verbod commerciële activiteiten Het is niet toegestaan, zonder uitdrukkelijke toestemming van de havenmeester/werfbaas, het afgemeerde of gestalde vaartuig of de lig- of bergplaats tot voorwerp van commerciële activiteit te maken. Onder dit laatste wordt mede verstaan de verkoop van het vaartuig en/of toebehoren, alsmede het aanbrengen van daartoe strekkende borden, mededelingen en aanduidingen.

Artikel 11 – Afsluiten stroomvoorziening De havenmeester/werfbaas is gerechtigd de stroomvoorziening van de loodsen en/of werkplaatsen af te sluiten. Hij is tevens gerechtigd de toegang tot bepaalde locaties te beperken. Op alle overeenkomsten van levering van diensten en aanneming van werk zijn de HISWA Algemene Aannemings-, Verkoop- en Leveringsvoorwaarden van toepassing en op overeenkomsten van huur en verhuur de HISWA Algemene Voorwaarden Huur- en Verhuur Lig- en Bergplaatsen. De Algemene Voorwaarden zullen u op eerste verzoek worden overhandigd, maar zijn ook te bekijken op www.hiswa.nl. De ondernemer verwijst voor de bescherming van persoonsgegevens naar de Privacy-verklaring.